Popschool Maastricht |
|||||
Effecten afstellenTips voor het gebruik van effectapparatuur Wil je effecten horen? Klik dan hier Losse kastjes of programmeerbaar?Een vaak gestelde vraag. Losse kastjes, "trapdozen", zijn in eerste instantie gemakkelijker in het gebruik. Er zitten maar een paar knoppen op met een elk duidelijke functie. Als die eenmaal zijn ingesteld is het een kwestie van aan of uit zetten. Als zo'n kastje precies doet wat je nodig hebt is dat natuurlijk prima. De voordelen zijn echter voor de wat meer veeleisende gebruiker tevens en nadeel. Zo'n kastje heeft maar weinig mogelijkheden. Een eenmaal ingestelde sound is tijden het spelen niet meer te veranderen. Als je in een nummer twee verschillende gradaties van overdrive zou willen gebruiken, gaat dat meestal niet. Snel schakelen van bijvoorbeeld een sound met overdrive, chorus en delay naar een clean geluid met alleen compressie en reverb is onmogelijk. Zoiets gaat met een programmeerbaar apparaat wél. Het kost wel wat meer tijd om met zo'n ding te leren omgaan. Even wat sounds veranderen tijdens een optreden is minder gemakkelijk dan met losse kastjes. Er zijn overigens grote verschillen in gebruiksgemak tussen de verschillende programmeerbare apparaten. Nieuwere modellen leveren steeds betere sounds voor het geld en ook het programmeren gaat vaak wat makkelijker.![]() GeluidskwaliteitHier speelt smaak uiteraard een rol, met name in de overdrive en distortion-effecten. Retro-fans storen zich niet aan de ruis en het beperkte frequentiebereik van oude bandecho's en fuzz-boxen, maar vinden dat juist charmant. In het algemeen kun je zeggen dat drie dingen een rol spelen: Dynamiek, bijgeluiden (ruis, brom, kraak), frequentiebereik.Dynamiek: Veel goedkope effectapparaten beperken de dynamiek van het gitaargeluid. Alles gaat "vlak" klinken, het maakt niet veel uit of je harder of zachter aanslaat, vaak zelfs niet eens op wat voor gitaar je speelt. Vooral goedkope digitale apparaten hebben dit probleem. Een rol speelt hier het aantal bits van de Analoog-Digitaal (A/D) converter en de D/A converter. Goedkope apparaten doen dat met 16 bits. Professionele met 20, 24 of nog meer. Verder zijn er enorme verschillen in de kwaliteit van de overdrive en distortion-effecten. Bijgeluiden: Als je je apparaat inschakelt en het klinkt als of je de branding van de zee hoort, of als iemand die zich elektrisch scheert, check dan je gitaar, je kabels, de aarding van het stopcontact en je adapter. Als daar allemaal niets mee mis is, dan is het je effectenkastje. Een noise-gate (ruisonderdrukker) kan helpen, maar hoe minder bijgeluiden zónder gate, hoe meer er van je gitaargeluid overblijft mét gate. Frequentiebereik: Iemand met goede oren kan geluiden horen in het gebied tussen 20Hz en 20KHz (=20.000Hz). Veel effecten kunnen niet dat hele gebied weergeven. Analoge delays en chorussen komen soms maar tot 8 of 10 KHz. Het geluid klinkt dan dof en mat. Ook veel goedkopere digitale kastjes hebben dat probleem. Een rol speelt hier de samplingfrequentie. Ter vergelijking: CD kwaliteit heeft een samplingfrequentie van 44,1KHz. Stereo-MonoVoor effecten als chorus, leslie (=rotary speaker), delay en reverb speelt ruimtelijkheid of de suggestie daarvan een rol. Deze effecten klinken veel beter in stereo. Je hebt dan twee, liefst identieke, versterkers nodig. Als je in stereo werkt, kan het effect-level lager zijn, omdat je oren door de ruimte-informatie het effect beter waarnemen ten opzichte van het gewone gitaargeluid. Via een koptelefoon is die stereo-werking nóg sterker.VolumeJe oren zijn niet voor alle frequenties even gevoelig. Heel hoge tonen en heel lage moeten in verhouding harder worden weergegeven om ze even hard te horen als tonen in het middengebied (rond 1KHz). Om het nog gecompliceerder te maken is dit ook nog eens afhankelijk van het volume van het geheel. Als je je HiFi harder zet, lijken de hoge en lage tonen in verhouding méér harder te worden en omgekeerd. Vandaar de "Loudness" knop: die dient er voor om bij een laag volume de hoge en lage tonen wat op te krikken, zodat ze voor je gehoor in balans zijn met de rest. Wat betekent dit nu? Als je thuis op een laag volume je overdrive afstelt op een lekker soundje, klinkt die op repetitie-volume veel te scherp en er zit ook veel te veel laag in. Nóg een bekend effect: je oren interpreteren een geluid met vervorming bij een in dB's gelijk volume als harder dan een clean geluid! Dat komt door de associatie die je hebt van een hoog volume met vervorming. Daarom klinken je geprogrammeerde distortion sounds op een repetitie vaak te zacht in vergelijking met de cleane(re) sounds! Om een distortion geluid op je programmeerbare effectunit met een gelijk volume te programmeren als een cleane sound, heb je dus een referentie nodig. Volumes instellen op een repetitie dus, of terwijl je meespeelt met een CD of zo. Ik hoor mezelf niet! Is niet alleen een kwestie van volume en plaatsing van je speaker.
Aangezien je oren gevoeliger zijn in het middengebied, kun je een geluid
met veel hoog en veel laag slechter horen dan een geluid dat in balans
is of juist meer midden heeft. Dat heeft dus minder volume nodig om hoorbaar
te zijn. Bovendien speelt het "maskerings-effect" een rol:
hoge tonen worden door andere hoge tonen toegedekt. De bekkens van de
drums dekken zo het hoog van de gitaar af en de basgitaar doet dat met
het laag. Keyboardsounds kunnen het gitaargeluid ook in de weg zitten.
Door onderlinge afstemming moet je ervoor zorgen dat je elkaar niet "wegdrukt" in
bepaalde frequentiegebieden. Met twee gitaren geldt iets dergelijks.
Arrangeer het zo dat je óf hetzelfde speelt (dubbelen) óf
dat je juist een duidelijk te onderscheiden partij speelt met een duidelijk
te onderscheiden geluid. Luidsprekers, koptelefoonsEen gitaarspeaker is een raar ding: hij kleurt het geluid erg sterk. Ieder merk en type speaker doet dat weer anders. In elk geval geeft zo'n speaker erg weinig hoog weer en het middengebied wordt extra versterkt. Ook de allerlaagste tonen komen er nauwelijks uit, zeker uit een box met een open achterkant. Als je dus thuis op een andere versterker, via je HiFi of via een koptelefoon je geluid afstelt, zul je raar staan kijken (luisteren) als je dat zelfde soundje via je gitaarversterker in de repetitieruimte (niet...) hoort. Toonregeling Stel je versterker op een neutraal geluid in, zodat je gitaar zónder
effecten in balans klinkt. Als je nu je effecten daarop afstelt, is de
kans groter dat je op een andere neutraal ingestelde versterker een vergelijkbare
sound kunt maken met hetzelfde effect. Toonregelingen van versterkers
verschillen namelijk sterk van elkaar in effectiviteit en regelgebied. Minder = meerAls je kritisch luistert naar goede sounds op CD's, dan valt op dat
daar meestal niet zo vreselijk veel compressie, distortion, delay, reverb,
chorus enz. in gebruikt wordt. Het speelt natuurlijk wel lekker met "veel
van alles" op je geluid, maar meestal klinkt een geluid met minder
effecten tegelijkertijd en met een lager effect-level beter. Zéker
als je dat geluid hoort in het totaalgeluid van een band. Berucht zijn
hier de "demogeluiden van de fabriek": de meeste klinken indrukwekkend
als je alléén speelt, in een band kun je er vaak weinig
mee doen. Een geluid dat in de band perfect werkt, klinkt meestal niet
zo spectaculair als je het los van de rest hoort. Voor begeleidings-sounds
geldt dat nog sterker. Een geluidje dat op zichzelf erg dun en kaal klinkt,
werkt in een nummer vaak prima. Als je er veel bas én veel chorus én
veel delay én én én in gaat stoppen wordt het meer
iets om in je eentje mee het podium op te gaan... Tekst ©Sander Sanders Links:
|
|||||