Popschool Maastricht |
|||||
MIDI geschiedenis
In de zestiger en zeventiger jaren werden er veel nieuwe instrumenten ontwikkeld. Vooral elektronische, zoals synthesizers. Een eerste aanzet was het analoge systeem van PVC: Pitch to Voltage. Hierbij werd elke toonhoogte aangestuurd door een specifieke spanning. De beroemde Moog synthesizers werkten zo. Deze instrumenten waren monofoon: ze konden maar één noot tegelijk weergeven. Reeksen toonhoogtes (melodieën) konden worden opgeslagen als reeksen spanningen en ook weer automatisch afgespeeld worden door een "sequencer". Tempo kon hiermee willekeurig snel of langzaam worden ingesteld. Ook de "arpeggiators" werkten zo. Toen de polyfone synthesizers opkwamen (midden zeventiger jaren) voldeed het analoge systeem hiervoor niet meer. Het was te ingewikkeld, storingsgevoelig en te duur. Digitale systemen kwamen hiervoor in de plaats. Opslag van gespeelde muziek kon nu dus ook digitaal gebeuren. Ook het opslaan van gecreëerde sounds kon nu eenvoudig digitaal genbeuren. De programmeerbare synthesizers waren geboren. Meer en meer voelde men begin tachtiger jaren de noodzaak om elektronische instrumenten met elkaar te kunnen laten communiceren. Transmissieprotocollen voor datatransport (modems) kende men in de computertechniek al langer. In 1982 besprak Dave Smith van Sequential Circuits, destijds een bekende synthesizerfabrikant, op de NAMM show met een aantal andere fabrikanten het voorgestelde UMI systeem (Universal Music Interface). Na enkele aanvullingen en wijzigingen werd dit MIDI (Musical Instruments Digital Interface). In 1983 maakten Roland en Sequential Circuits de eerste apparaten met MIDI, al snel volgde heel de rest van de muziekwereld. Later is de standaard nog uitgebreid tot GM, General MIDI (Roland). Hierin worden nog meer zaken vastgelegd, zoals patchnummers, controllernummers ed. Zodat met name MIDI files beter uitwisselbaar zijn. Yamaha heeft zijn XG systeem dat weer een uitbreiding van GM is. De transmissie snelheid van standaard MIDI is 31.25 kbaud (31.250 bytes/sec). MIDI werkt in principe met maximaal 16 kanalen. Dit is in 1983(!) zo afgesproken door Sequential Circuits en Roland Japan. Werkend met deze snelheid kon men goedkope en op dat moment gangbare chips gebruiken. Met de huidige techniek zou het geen probleem zijn de snelheid met ordes van grootte te verhogen. Helaas is er nog geen nieuwe algemeen gebruikte standaard wat dat betreft: Yamaha heeft m-LAN, gebaseerd op het firewire protocol, Gibson heeft het MaGIC protocol. De IEEE is ook bezig met de "Distributed MIDI" standaard: IEEE 1639 standard DMIDI. De kracht van MIDI is nou juist dat apparatuur van verschillende fabrikanten met elkaar kan communiceren... Site van de MIDI Manufacturers Association (MMA). RMF, DLS, XMFRMF, Rich Midi File, is een fileformaat waarin samen met de Midi data de geluidenbanken worden meegestuurd. Is een uitvinding van Beatnik. Zodoende heb je altijd precies de bedoelde geluiden. Ook copyright protection is mogelijk. Is geen standaard geworden. DLS: DownLoadable Sounds. Manier om geluidssamples te coderen, zodat de bij een MIDI file behorende geluiden kunnen worden overgebracht. Standaard van de MIDI association. XMF: eXtensible Music Format is de nieuwe voorgestelde standaard van de MIDI association. Een open standaard (uitbreidbaar dus) omvat de mogelijkheden van het gangbare MIDI formaat, met platform onafhankelijke afspeel mogelijkheden, geschikt voor interactiviteit, copyright beveiliging, meta data. Versie 2.0 is gepubliceerd. MIDI wordt intussen ook veel gebruikt in mobiele applicaties zoals telefoons, pda's ed. Links:
|
|||||