Nadat de PA-installatie is opgebouwd, moet die worden afgeregeld op de
akoestiek van de ruimte. Bij een open-air concert is er geen sprake van
akoestiek, het geluid kan naar alle kanten weg, tenzij er reflecties
zijn van bijvoorbeeld gebouwen of opgestelde vrachtwagens. Als je er iets
aan
kunt doen, vermijd dan parallelle geluid reflecterende oppervlakken,
zoals twee evenwijdig opgestelde opleggers. Die kunnen zeer hinderlijke
resonerende
echo's veroorzaken. Probeer ook luidsprekers zó op te stellen
dat ze niet naar een relecterende wand stralen.
Opstelling mixer
De mengtafel moet zodanig zijn opgesteld, dat de geluidsman de PA goed
kan horen, linker en rechter kanaal in balans. Ook moet er een goed zicht
zijn op wat er op het podium gebeurt, zodat er bijvoorbeeld snel gereageerd
kan worden als iemand door een andere microfoon gaat staan praten als afgesproken...
Communicatie met het podium kan bij een grote afstand tussen mixer en podium
tijdens de soundcheck verlopen via een talkback systeem. Tijdens het concert
via walkie talkie of intercom met de stagehand (hulpje op het podium) of
monitormixer.
Opstelling monitors
De monitors moeten richting muzikanten stralen en niet, of zo weinig mogelijk
in de microfoons. Afhankelijk van microfoontype recht achter de microfoon
(cardioïde) of iets schuin achter de microfoon (hypercardioïde), voor minimale
rondzing-kansen.
Afregelen van de PA
Dit gebeurt in fasen:
Afstellen PA op de akoestiek. Door een goed opgenomen
CD die je goed kent te draaien via de PA krijg je een indruk van de klank
ter plaatse en kun je via equalizers per kanaal van de PA de klank afregelen.
Ga op verschillende plaatsen luisteren, niet alleen achter de tafel.
Door allerlei effecten als absorptie door gordijnen en reflecties kunnen
sommige frequenties op bepaalde plaatsen heel anders klinken dan op andere.
Heel "wetenschappelijk"
kun je het doen met een pink noise generator, een meetmicrofoon en een op de
gevoeligheidskromme van ons gehoor ingestelde analyser (dBa meting). In pink
noise zijn alle frequenties even sterk. Door nu met een meetmicrofoon op verschillende
plaatsen(!)
te meten,
kun je
de via
het
scherm
van de
analyser te zwakke en te sterke frequenties vinden en bijregelen. Er zijn ook
apparaten die dit
automatisch
doen. Toch is met de hand wat bijregelen nog wel noodzakelijk omdat er
maar op één plaats gemeten wordt: kamfiltereffect. Als
je op deze manier een frequentie vindt die erg sterk is, heb je waarschijnlijk
een resonantie van de zaal te pakken, een toon die weerkaatst tussen
bijvoorbeeld parallelle wanden. Houd hier ook rekening mee met equalizen
van de afzonderlijke instrumenten.
Als er te veel galm is, probeer er wat aan te doen met het ophangen van
doeken, dichtdoen van gordijnen ed. Te weinig galm kun je met je reverbs
etc. prima opvangen. Een harde wand of spiegel(!) achter de backline
is ook berucht: veel refelecties in microfoons en feedbackproblemen.
Hang er een stevig doek voor en/of houd een afstand aan.
Idem voor de monitors. Spoor kritische frequenties op door verschillende
microfoonkanalen tegen het rondzingen aan te zetten en haal die frequenties
naar beneden met een equalizer. Een equalizer die de sterkte per frequentienband
optisch aan geeft is hierbij erg handig! Met een audio-analyser is het
helemaal makkelijk.
Linecheck. Hierbij wordt gecontroleerd of alles is aangesloten, of
alle aansluitingen en kabels werken en of alle microfoons en andere signaalbronnen
op
de juiste kanalen
zijn
aangesloten. Zet een koptelefoon op, zet de pfl knop van één microfoonkanaal
aan en laat iemand op het podium zachtjes op de microfoon tikken. Als
je dat tikken via de koptelefoon hoort, weet je zeker dat het die microfoon
is. Het zou niet de eerste keer zijn dat je de snaredrumsound aan het
afregelen bent terwijl achteraf blijkt dat op dat kanaal de hihat microfoon
op dat kanaal was aangesloten... Op kanalen waarop het geluid via een
DI binnenkomt (basgitaar, synths) op het betreffende instrument laten
spelen, waarbij het geluid op het podium uit is (basversterkervolume
dicht of keyboardmonitors dicht) en via pfl en koptelefoon luisteren
of het signaal OK is.
Gainen, levelen, equalizen. Hierbij is het belangrijk
dat de muzikant op zijn instrument speelt of zingt zoals hij/zij dat
live ook gaat doen. Dus niet "one, two test", maar flink gaan staan zingen
of spelen. Zet de masters nog even dicht. Daarbij zet je dan weer de
pfl knop van het betreffende kanaal aan, draai nu aan de gain (pad) knop
totdat
het
signaalniveau
op de Vu-meter 0dB is. Met een solo-functie (SIP, Solo In Place) kun
je
hetzelfde
doen,
door de kanaalfader op 0dB te zetten en met de gain (pad) de Vu meter
op 0dB te regelen. Dit is belangrijk voor een optimale signaal/ruis verhouding
en om straks ook optisch een beeld te krijgen van de volumes: aan de
hand van de standen van de kanaalfaders.
Nu kunnen de master faders open. Via de PA kun je nu de equalizing van
het kanaal doen, zie hieronder. Hierna kan het nodig zijn de gain nog
wat bij te regelen!
Gates. Gebruik je gates voor bijvoorbeeld de drums,
stel ze dan nu per instrument af, zodanig dat ze het geluid niet te snel
afknijpen, maar wel overspraak ed. onderdrukken. Gates voor zang niet
te extreem instellen, dat klinkt onnatuurlijk. Beter is het met de mute
knoppen te werken voor (tijdelijk) ongebruikte zangkanalen. Wél goed
opletten dan!
Maken van eventuele submixen. Meestal worden
de drums aan een subgroep toegewezen. Zet de master en de subgroep faders
open, maak nu een goede balans tussen de individuele instrumenten van
het drumstel met de kanaalfaders. Daarna kun je de drums als geheel faden
met de subgroepfader(s). Hetzelfde kun je doen voor bijvoorbeeld een
blazerssectie, backing vocals of percussie.
Eindmix, effecten. Laat nu de hele band spelen en
maak een gebalanceerde mix van het geheel. Hierbij kan het nodig zijn
om individuele
instrumenten
nog wat bij te kleuren met eq, om ook de klankkleuren mooi in balans
te brengen en om zonder alleen de volumeschuiven te gebruiken er voor
te zorgen dat elke stem en elk instrument te horen is. Je kun hier ook
panning voor gebruiken (plaatsing in het stereobeeld). Doe het niet te
extreem, vooral niet als het publiek dicht op de boxen staat. Als je
dan de gitaar extreem rechts zet in het stereobeeld, hoort het publiek
dat voor de linkerboxen staat geen gitaar... Instrumenten die een stereo-signaal
geven (keys, gitaar met effecten, in stereo gemixte subgroepen) en aan
twee extreem links en rechts gepande monokanalen zijn toegewezen kun
je pannen door één van de twee kanalen zachter te zetten.
Effecten als galm, delay, compressie, ed. kunnen nu aan de mix worden
toegevoegd. Ook hier weer: met mate, te veel galm en delay op te veel
instrumenten
"smeert
de mix dicht", het wordt een brij. Algemene stelregel: effecten als galm
en delay alleen op solo-instrumenten en zang. Een rim-click of percussie
instrument kan ook leuk werken met wat reverb.
Equalizen van een kanaal.
Is ook een smaak-kwestie natuurlijk: een drumstel in een jazz concert
moet anders klinken dan een drumstel in een metal concert! De volgende
werkwijze werkt meestal snel en goed:
Zorg dat eerst het binnenkomede signaal optimaal is. Laat dus een drummer
de drumsoundcheck doen en niet de zanger die er toevallig net was, de
bassist de bas soundcheck enz. Zorg dat er geen lelijke tonen in bijvoorbeeld
toms of snare te horen zijn door stemmen en evt. afplakken. Met equalizen
kun je géén wonderen doen!
Zet eerst de eq neutraal, alle knoppen in de middenstand.
Regel het laag (bass, low, LF) naar smaak. Zorg ervoor dat maar enkele
instrumenten echt in het basbereik zitten: bassdrum en basgitaar. Te
veel bas in bijvoorbeeld de piano of gitaar kan goed klinken zolang die
instrumenten alléén spelen, in het bandgeluid wordt het snel rommelig
en onduidelijk. Gebruik voor alle instrumenten de Low-cut filters, behalve
voor bassdrum en evt. basgitaar.
Regel het hoog (treble, high, HF). Maak het niet te extreem, dat geeft
veel kans op rondzingen en maakt het geluid onaangenaam schril. Met de
mid-regelaars kun je desgewenst ook nog veel aan de "presence" doen.
Te weinig hoog in een sound laat het "ver af" klinken, weinig direct.
Dit kun je ook bewust gebruiken in je mix natuurlijk.
Het midden. In dit gebied is je gehoor het meest gevoelig en kun je
dus het beste klankkleurverschillen waarnemen. Vandaar dat de midden
regeling ook het meest uitgebreid is. Een minimum is de "sweep-eq" of
"semi-parametrische eq" met twee regelaars, één voor de te beïnvloeden
frequentie en één voor de
gain (+ of - 15dB meestal). Je kunt de werking ervan het beste horen
door de gain eerst flink in de plus te draaien (kijk uit voor feedback)
en dan aan de frequentieregelaar te draaien. Als je het gebied gevonden
hebt waar je wilt bijregelen (pus of min), draai dan aan de gain voor
de fijnafstemming. Hoor je bijvoorbeeld een lelijke toon in een zangstem,
een tom, een akoestische gitaar, zoek die toon dan op door hem eerst
sterker te maken en draai hem daarna weg, zo veel als nodig is. Vermijd
als het kan een te extreme eq, want je beïnvloedt ook altijd tonen ernaast,
die je eigenlijk zo had willen houden. Ook zuinig zijn met frequentiegebieden
ophalen, omdat sounds elkaar in de weg kunnen gaan zitten, wat het geluid
rommelig maakt.
Een parametrische
eq heeft drie regelaars: één voor de frequentie, één voor de gain en één voor
de bandbreedte (Q). Hiermee bepaal je de breedte van het te beïnvloeden
gebied. Start ook hier weer met de gain flink in de plus, Q hoog (saml
gebied), dan de frequentie opzoeken, met gain en Q fijnregelen.
Algemeen: als je van alle instrumenten en stemmen het laag midden opvijzlet
omdat dat "zo lekker vol" klinkt, wordt het totaalgeluid rommelig, je kunt
instrumenten en stemmen niet meer goed onderscheiden omdat de frequentiegebieden
"elkaar wegdrukken". Equalizen is vaak de kunst van de juiste frequenties
weglaten per kanaal, waardoor het in de mix beter overeind blijft, zonder
dat het altijd met volume moet bijgeregeld worden.
Kamfiltereffect
Dit effect ontstaat onder andere als hetzelfde geluid via verschillende
wegen van verschillende lengte op één punt (luisteraar) kan
komen: looptijdverschillen. Het is er dus eigenlijk altijd als je met verschillende
luidsprekers tegelijk
werkt.
Het ontstaat
ook
doordat
gereflecteerd
geluid weer bij het oorspronkelijke geluid komt. Door deze interferentie
van geluidsgolven die niet met elkaar "in fase" zijn doven bepaalde
frequenties uit (worden zachter) en andere worden harder. Het effect is
ook nog per
frequentie verschillend. Boven 1KHz is het niet meer storend, beneden die
frequentie kan het problemen opleveren. Bij het opstellen van meerdere
luidsprekers voor één kanaal (luidspreker-array) moet je er op letten dat
de conussen exact boven elkaar staan, om looptijdverschillen zo veel mogelijk
tegen te gaan.
In een phase, flanger of chorus hoor je het effect van het variëren van
de fase en vertraging, waardoor kamfiltereffecten ontstaan door het toeveoegen
van het originele signaal.
Processor systemen
In steeds meer P.A.'s vind je tussen mixer en P.A. boxen equalizers, crossovers,
compressor/limiters etc. Dat bracht fabrikanten op het idee om deze functies,
die dienen om het vermogen zo efficiënt mogelijk te benutten zonder de
speakers te overbelasten en voor het conditioneren van de sound op elk
geluidsniveau, in één apparaat onder te brengen de "processor". Die moet
dan zijn aangepast aan je versterkers/speakers, je hebt dan een geïntegreerd
systeem van
één
fabrikant,
of zijn aan te passen aan het door jou gebruikte systeem. De meeste processors
zijn tegenwoordig digitaal, dat wil zeggen dat het geluid eerst in een
A/D converter digitaal wordt gemaakt. In een processor kun je aantreffen:
Compressor, vaak zelfs een multi-band compressor, die dus verschillende
frequentiegebieden onafhankelijk van elkaar kan comprimeren.
Limiter, om de speakers te beveiligen
Equalizer, aanpassing aan de akoestiek van de zaal, meestal 31-bands
Parametrische equalizer(s)
Feedback onderdrukking: smalbandige filters (notch filters) die automatisch
bij optredende feedback een frequentie onderdrukken.
Crossovers met instelbare frequenties, instelbare filterkarakteristieken
(steilheid in dB/oktaaf variabel van 6dB/oktaaf tot 48dB/oktaaf, filtertype
Bessel, Linkwitz-Riley, Butterworth)
Instelbare faseverschuiving per filter
Instelbare delay per output
Subsonic synthesizer om extra lage bastonen bij te maken
...
In sommige actieve P.A. box systemen zit al een (dan meestal analoog)
eenvoudig processorsysteem ingebouwd dat voor een optimale werking bij
verschillende geluidsniveau's
zorgt.