Buizen/Transistors/Digitaal?
Buizen of Transistors?
Er zullen weinig onderwerpen zijn waarover gitaristen zo lekker oeverloos
over kunnen discussiëren. Wanneer komt er eens een blinddoek-test
voor de gitaristen die claimen buizen en transistors feilloos op het
gehoor te kunnen onderscheiden...
Buizen
Wat is er nu objectief over te zeggen? Hier onder staan een paar
links naar interessante artikelen over dit onderwerp. Daarin wordt niet
alleen met de oren getest (en zónder te weten waar je naar
luistert!!!), maar ook gemeten en gerekend. Conclusie:
van huis uit, dus zónder speciale maatregelen, vervormt een buis
anders dan een transistor. Buizenvervorming is "prettiger" aan
het oor. Nadeel van buizenversterkers is het hoge gewicht, kwetsbaarheid,
hoge prijs en onderhoud (af en toe nieuwe buizen nodig).
Transistor
Tóch zijn er tegenwoordig erg goed klinkende en lekker
scheurende transistor-versterkers. Daarin zitten dan speciaal ontworpen
schakelingen die het gedrag van een buis imiteren. Soms zit er in de
voorversterker (pre-amp) een buis, die de oversturing voor zijn rekening
neemt. Voordeel van transistorversterkers is dat ze makkelijker te transporteren
zijn (lichter in gewicht), goedkoper, onderhoudsarm en minder kwetsbaar.
Versterkers voor akoestische gitaren zijn vrijwel altijd met transistors gebouwd. Bij dit type versterkers gaat het om het zo natuurgetrouw en vervormingsvrij weergeven van het akoestische geluid. Een enkele keer zit er een buisje in de voorversterker om het geluid "warmer" te maken. Er zijn zelfs akoestische gitaren met in de ingebouwde voorversterker een buisje (Takamine Cool Tube).
Digitaal
Nóg een stap verder gaat "Digital modeling": bij
deze techniek wordt het gedrag van een bestaande versterker per computer gemeten
en geanalyseerd. Vervolgens wordt hier een digitaal model van die versterker
mee geprogrammeerd. Als een gitaargeluid nu digitaal wordt gemaakt, volgens
dit model wordt bewerkt en vervolgens weer analoog ten gehore wordt gebracht,
hoor je de versterker waar het model van is "getrokken"! Op
deze manier kun je in een handzaam doosje makkelijk 15 versterker-karakteristieken
opslaan, met digitale effecten en al (Roland, Line6 POD, Johnson, Digitech, Zoom, Vox).
Erg praktisch als je in een studio werkt, en met een geschikte afstandsbediening
(MIDI-pedaal) ook live te gebruiken! Er zijn inmiddels ook combo-versterkers
met iets dergelijks aan boord (Yamaha, Line6, Johnson, Roland, Hughes & Kettner).
Een digitaal apparaat is in principe onderhoudsvrij. Bovendien kunnen
sommige apparaten door eenvoudig een chipje uit te wisselen of nieuwe
software te laden ge-update worden!
Class A, class B, class D...
Zowel bij buizenversterkers als bij transistorversterkers kom je de
begrippen class A (klasse A) en class B tegen. Class A wil zeggen dat
de versterker in rust, dus zonder dat hij geluid geeft, zó is
afgeregeld dat de eind-buizen of eind-transistors continu geleiden. Dat geeft
meer stroomverbruik, in verhouding minder vermogen (Watts, rendement
20-30%), maar in principe een beter geluid. Er is dan geen of minder
cross-over vervorming. Een class B eindtrap heeft meer rendement, kan
dus meer watts afleveren zonder extreem heet te worden. Ook een tussenvorm,
class A/B komt voor.
Class D is de benaming voor een digitale PWM (Pulse Width Modulation)
eindtrap. Die heeft een nóg hoger rendement (>80%), omdat hij
alleen stroom levert als er ook geluid wordt weergegeven. Een class D
eindtrap kan dus klein en licht van gewicht zijn en tóch veel
vermogen leveren. De kwaliteit is tegenwoordig heel goed. Je
ziet ze steeds meer in gebruik in de muziekwereld als basversterker,
PA-versterker en zelfs al als gemakkelijk transporteerbare gitaarversterker!
Lees meer over eindversterker klassen
Links
Hier onder staan links naar interessante artikelen
over dit onderwerp. Zie verder ook de links pagina van deze site voor
links naar homepages van de boven genoemde merken!
Pagina
met links
|