Tempo, maat, ritme

Tempo, maat en ritme worden door muzikale leken vaak verward. Als een ritme uit korte notenwaarden bestaat, lijkt het tempo snel. Maar dat hoeft niet zo te zijn. Lees hier onder hoe het echt zit.

Tempo

Ofwel hoe snel een muziekstuk gespeeld wordt. Dit kan worden aangegeven met een getal, bijvoorbeeld: 120 of 120BPM (120 Beats Per Minute). Eén tel van het muziekstuk duurt nu dus 60/120=0.5sec. Dit wordt ook wel het metronoomgetal genoemd. Een metronoom is een hulpmiddel dat musici gebruiken om goed in één tempo te leren spelen. Je gebruikt het dus ook om als componist het precieze tempo aan te kunnen geven.

Wat een tel is wordt bepaald door de maatsoort. In 4/4 maat is een kwartnoot een tel en een achtste noot dus een halve tel. In 6/8 maat is een achtste noot een tel en een kwartnoot dus 2 tellen. Wat je telt staat dus in de noemer van de breuk die de maatsoort is.

Het tempo kan ook worden aangegeven in minder precieze termen, bijvoorbeeld: "lively", "fast", "medium", of in het italiaans:

  • < 40 Grave
  • tot 44 Largo
  • tot 50 Lento
  • tot 56 Adagio
  • tot 60 Larghetto
  • tot 66 Andante
  • tot 69 Andantino
  • tot 76 Sostenuto
  • tot 84 Maestoso
  • tot 88 Moderato
  • tot 108 Allegretto
  • tot 120 Animato
  • tot 132 Allegro
  • tot 144 Allegro assai
  • tot 152 Allegro vivace
  • tot 160 Vivace
  • tot 184 Presto
  • tot 208 Prestissimo

Let op: dit is geen exacte wetenschap, tempi kunnen afwijken van deze getallen!

Maat, maatsoort

Als je muziek hoort, en je tikt met je voet met regelmatige tikken het tempo mee, dan merk je dat om de zoveel tellen (tikken) er een accent voorkomt. Bij een mars is dat om de twee tellen: EEN twee, EEN twee, enz. Bij een wals zijn het er drie: EEN twee drie, EEN twee drie, enz. Bij de meeste pop en jazz zijn het er vier: EEN twee drie vier, EEN twee drie vier, enz.

De meest voorkomende teleenheid in de muziek is de kwartnoot, een noot met een stok en een bolletje er aan, zie hier onder. Marsmuziek is daarom in 2/4 (tweekwarts) maat, wals in 3/4 maat en de meeste pop en jazz in 4/4 maat.

Als de tellen snel gaan, wordt de maat soms ook in achtsten genoteerd: 6/8 is bijvoorbeeld een maatsoort met twee groepen van 3 tellen, je telt nu de achtsten in plaats van de kwartnoten. Gaan de tellen erg langzaam, dan kun je ook de halven tellen: bijv. 2/2 maat.

Enkelvoudige, samengestelde en onregelmatige maatsoorten

Een 2/4 of 3/4 maat is niet verder onder te verdelen, en heeft maar één accent: het maataccent op tel 1. Zo'n 2 of 3-delige maatsoort heet daarom een enkelvoudige maatsoort.

Bij een 6/8 of 4/4 maat krijgt respectievelijk de 4e achtste en de 3e kwartnoot óók een, zwakker, accent: het nevenaccent. Zo'n maatsoort is in twee gelijke delen te verdelen en heet een samengestelde maatsoort. 9/8 is in 3 groepen van 3 te verdelen, 12/8 in 4 groepen van 3, enz.

Als de groepen niet even lang zijn, bijvoorbeeld bij een 5/4 maat die in 3+2 of 2+3 is verdeeld, spreken we van een onregelmatige maatsoort.

Ritme

De verdeling van de tijd (afwisseling van korte en lange noten) binnen de maat noemen we ritme. Ritme is te noteren in notenwaarden. Hoe lang die duren hangt af van de maatsoort. Die bepaalt namelijk wat er geteld wordt: in 6/8 maat tel je de achtsten, in 4/4 maat tel je de kwarten. Het is daarom dus NIET zo dat een kwartnoot altijd 1 tel is! Dat is alleen zo in een maatsoort waarin je de kwarten telt, dus in 2/4, 3/4, 4/4 enz. Maar er is ook 2/2 maat, waarin een kwartnoot een halve tel is, en 3/8 maat, waarin een kwartnoot 2 tellen is.

Een kwartnoot is dus niet altijd één tel en één tel is óók niet hetzelfde als een seconde! Dat is alléén zo als je bijvoorbeeld een 4/4 maat hebt in tempo 60. In 6/8 maat is de achtste noot 1 tel en die zou óók 1 seconde zijn als het tempo 60 was, omdat we nu de achtsten tellen.

De notenwaarden

Notenwaarden

Bovenaan in deze tabel staan zestiende noten (twee vlaggetjes), er onder achtste noten (één vlaggetje), kwartnoten (zonder vlaggetje), halve noten (open noot met stok), hele noot (open noot zonder stok). De vlaggetjes van opeenvolgende noten kunnen ook aan elkaar verbonden worden tot zgn. waardestrepen voor een overzichtelijker notenbeeld:

Waardestrepen

Als er even niets moet klinken, noteer je dat door middel van een rust teken. Hier onder staan de rusten met de ermee corresponderende notenwaarde er bij:

Rusten waarden

Aan het einde van elke maat staat een verticale maatstreep. Notenwaarden kunnen (ook over een maatstreep heen) met elkaar worden verbonden door boogjes. Op die manier zijn lengtes van bijvoorbeeld een kwartnoot verlengd met een zestiende mogelijk. Een vaak voorkomende verlenging is de van een noot met de helft van zijn waarde, bijvoorbeeld een kwartnoot verlengd met een achtste noot. Dit kan worden genoteerd met een punt achter de kwartnoot.

Antimetrische figuren

Als je een notenwaarde in drieën of in vijven of zessen wilt verdelen, kan dat niet zonder meer. Het notenschrift gaat in eerste instantie uit van steeds verdelen in tweeën. Afwijkende verdelingen worden antimetrische figuren genoemd. Ze worden genoteerd dmv. cijfers en haken. De meest voorkomende antimetrische figuur is de triool:

Triolen

Uitgaande van 4/4 maat wordt hier één tel in drieën verdeeld en de volgende twee tellen samen ook in drieën. Zo kan een tel of groep tellen ook in vijven (kwintool) worden verdeeld, in zessen (sextool), in zevenen (septool), enz. Een duool kan voorkomen als de normale verdeling van de tijd bijvoorbeeld in drieën is, zo ook een kwartool.

De belangrijkste antimetrische figuren en hun namen:

Verdeling in: Naam:
2 duool
3 triool
4 kwartool
5 kwintool
6 sextool
7 septool

 

Donatie

Dit is een gratis site, die al sinds 2003 voortdurend wordt uitgebreid en geactualiseerd. Als jij ook wilt dat dat zo blijft, doe dan een donatie aan Popschool Maastricht >>

QR code https://www.popschoolmaastricht.nl:443/college_tempo_maat_ritme.php?menu=menuMuziektheorie

Bijgewerkt op: 22 April, 2017