P.A. Techniek

Muzikanten die voor het eerst met een uitgebreide PA (spreek uit als "pie ee") spelen, komen er vaak al in het eerste contact met P.A. technici achter, dat er van hen een bepaalde basiskennis van geluidstechniek verwacht wordt. P.A. technici vragen informatie die zij nodig hebben om hun werk te kunnen doen. Als vervolgens de muzikant niet begrijpt wat er van hem verwacht wordt, ontstaan er al gauw problemen, met vaak als resultaat dat er veel tijd wordt verloren (funest op festivals, bandpresentaties en talentenjachten!), irritaties ontstaan of dat het optreden niet naar aller tevredenheid verloopt. Hieronder worden een aantal items behandeld die een muzikant absoluut moet weten om goed te kunnen functioneren en optimaal gebruik te kunnen maken van de P.A.

Optreden met P.A.

P.A. Mixer


 

 P.A. systeem

Het P.A.-systeem is de hele installatie, buiten de apparatuur van de band zelf, die nodig is om de band in de zaal of open lucht te versterken. Vanaf de microfoons tot en met de boxen in de zaal of op het veld. Belangrijk is daarbij dat de muzikant begrijpt hoe de "signal flow" loopt, dus de volgorde waarin een geluidssignaal in de P.A. verwerkt wordt.

De afko P.A. komt overigens van "Public Adress", dat wil zeggen het deel van de geluidsinstallatie, dat op het publiek gericht staat. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld het monitorsysteem. Omdat in het spraakgebruik tóch vaak met "PA" het hele systeem inclusief de monitoring wordt bedoeld, is er een term "FOH" (Front Of House) in zwang geraakt die dan weer het deel van de installatie aanduidt dat op het publiek gericht is.

Een PA systeem:

PA systeem

 Het geluid opvangen.

Eerst moet het geluid dat de muzikant produceert opgevangen worden. Meestal zal dit met een microfoon gebeuren (gitaar, drums, zang etc.). Geluidsbronnen die geen eigen speakers hebben worden met een D.I.box (spreek uit als"die aj", Direct Injection) verbonden: samplers, synths, akoestische gitaar met een element, DATrecorders, minidiscs etc.. Basgitaren worden vaak met microfoon én D.I.box opgevangen. Voor gitaristen zijn er tegenwoordig speciale DI-boxen met een frequentiecorrectie ("speaker emulator"). Hierbij wordt de basgitaar dan direct in de D.I. box gestoken en wordt het signaal van de bas van daaruit weer verbonden met de basversterker. Een DI box voor gitaar zal in het algemeen van de uitgang van de versterker worden afgetakt (speaker uitgang of line uitgang) om zodoende ook de vervorming van de versterker op te pikken. Zie ook de uitgebreide pagina's over microfoons.

Microfoon

 Het signaal verdelen:

Alle microfoons en D.I.'s worden vervolgens via kabels verbonden met het multiblok (stageblock). Vaak zit hier ook nog een zogenaamde "subsnake" tussen, om zo min mogelijk losse kabels op het podium te hebben.

Bij het multiblok wordt alles in aparte kanalen gesplitst. Enerzijds gaan ze allemaal apart naar de monitormixer en anderzijds allemaal apart naar de zaalmixer (Front of House). In beide mixers krijgt elk signaal een apart kanaal, waardoor het voor de mixman/vrouw mogelijk is elk instrument apart te manipuleren. Zie ook het artikel over mixers.

PA Mengpaneel

 

Het geluid reproduceren:

De zaalmixer zorgt ervoor dat het geluid dat de band maakt zo goed mogelijk versterkt wordt in de zaal. Hij zorgt dat alle instrumenten in balans zijn en kan met randapparatuur de "sound" maken. Afhankelijk van wat de band op het podium doet, natuurlijk.

Bij een uitgebreide moderne PA hoort meestal ook nog een effectenrack met randapparatuur. Hierin bevinden zich apparaten als:

  • Delays en Reverbs (voor het ruimtelijker laten klinken van bijv. zang en blazers, maar ook drums!)
  • Gates (voor een "cleaner" en makkelijker te mixen geluid en minder rondzingen, mn. voor drums)
  • Compressors (maken het geluid "steviger")
  • Limiters (afkappen van ongewenste pieken, beveiligen van de PA speakers)
  • Equalizer (voor afstemmen van de PA op de zaalakoestiek)
  • Spectrum-Analyser (voor het analyseren van de sterkte van verschillende frequenties in de klank/akoestiek)
  • Feedback-killer (onderdrukt rondzingneigingen)
  • CD-speler
  • MD-speler (-recorder)
  • Pitch-corrector (voor zang en/of blazers)
  • enz. enz.

De monitormixer probeert er in samenwerking met de muzikanten voor te zorgen dat elke muzikant zichzelf en de instrumenten die hij nodig heeft om te kunnen spelen, goed hoort.

Hiervoor heeft hij meerdere velden of groepen ter beschikking. Daar waar de zaalmixer maar één mix hoeft te maken, moet de monitormixer er voor elk veld een apart maken. Meestal liggen er op een podium minimaal 4 velden, dit kan oplopen naar gelang de grootte van het podium. Drie vóór aan het podium (links, midden en rechts) en één achter bij de drums (drumfill). Vaak bestaat elke groep uit 2 of meer liggende monitors (wedges). Deze kunnen niet apart aangestuurd worden, dus vraag niet om de gitaar wel in de ene box van die groep te krijgen maar niet in de andere! Sidefills zijn boxen aan weerszijden van het podium, die op de band gericht staan. Worden tegenwoordig niet zo vaak meer gebruikt omdat het geluidsniveau op het podium erg hoog wordt en makkelijk feedback-problemen ontstaan.

Tip:

Het is dus zaak aan een monitormixer te vragen hoeveel velden hij ter beschikking heeft en hoe ze verdeeld zijn. Doel van de monitors is niet om een hifi-geluid te maken maar een geluid waarbij de muzikant alles goed kan onderscheiden. Randapparatuur zoals galm, delay etc. zul je op een monitor-installatie dus niet gauw terug vinden. Probeer ook datgene wat je niet nodig hebt om te spelen uit de monitors te houden, want het geluid wordt er alleen maar onduidelijker door, plus je veroorzaakt een hoop extra "herrie" waardoor je collegamuzikanten meer moeite hebben hun eigen monitors te horen. Zorg ook dat het volume waarmee je speelt niet zodanig hard is dat de monitors er niet meer tegenop kunnen. Ook de zaalmixer zal je dit niet in dank afnemen want je ontneemt hem de mogelijkheid om jou nog in de balans te houden, zonder dat het volume zo hard wordt dat de muren barsten. Zoek een plaats om te staan of te zitten zodanig dat je de monitor goed hoort, of verplaats of verdraai de monitor.


 Stageplan en Inputlist

In de voorbereiding is het voor PA technici erg belangrijk te weten wat een band nodig heeft en hoe de podiumopstelling van een band is. Vooral in een festival-situatie is dit absoluut noodzakelijk. Als technici van te voren weten wat een band wil, kunnen ze de kanaalindeling en microfoon keuze van te voren regelen. Zeker als er meerdere bands op een avond spelen is dit belangrijk. Als PA mensen weten dat er b.v. geen bands met dubbele kickdrum komen en maximaal 3 toms per drumstel zijn, kan dit kanalen schelen. Want hoewel er op het eerste gezicht erg veel kanalen op zo'n mengtafel zitten, is hij toch vlugger vol dan je denkt. Daarbij hebben technici tijdens het ombouwen geen tijd om nog eens uit te zoeken wat de volgende band nodig heeft.

Daarvoor stuurt een band een Stageplan/plot en een Inputlist ofwel "Priklijst"(zgn. Riders) op naar de programmeur, zaal of het PA bedrijf. Een stageplan dient om de podiumopstelling van de band op aan te geven. Het is voor PA technici niet echt interessant te weten hoe de voornaam van de gitarist is. Wel waar z'n versterker komt te staan, of hij mono of stereo is (één of twee microfoons), uit hoeveel delen het drumstel bestaat (drie of vier toms, dubbele of enkele kickdrum etc.) Teken een schematische opstelling. Gewoon vierkantjes voor versterkers en boxen met alleen noodzakelijke tekst zoals "gitaarversterker", "basversterker", etc. Een stageplan kan er als volgt uitzien:

Stageplan: Podium opstelling

 Inputlist

Ook een Inputlist mag niet ontbreken. Door de inputlists van de verschillende bands naast elkaar te leggen, is het voor de technici mogelijk een doelmatige kanaalindeling te maken, zonder verlies van broodnodige kanalen die gereserveerd worden voor instrumenten die er toch niet komen. Daarbij kan dan van tevoren ook al rekening worden gehouden met apartere wensen die in de drukte van het ombouwen vaak voor problemen zorgen.

Bij het opstellen van zo'n inputlist zul je na moeten gaan wat iedere muzikant in de band nodig heeft.

Bij drums moet je elke onderdeel dat geluid maakt apart vermelden, behalve de bekkens, die worden meestal door twee overhead microfoons opgevangen. Verder moet je er rekening mee houden of een instrument mono of stereo is. Bij stereo heb je namelijk twee microfoons of D.I.'s nodig.

Wat ook erg belangrijk is voor een inputlist is de volgorde waarin je instrumenten zet. Hier is een ongeschreven standaard voor. Technici verwachten die volgorde en kunnen dan vaak in een oogopslag zien wat de bedoeling is.

Begin altijd met alle drums, dan bas, dan gitaren daarna pas zang en keyboards e.d. Dus altijd eerst de ritme sectie. Bij drums geldt daarbij ook een vaste volgorde. Hieronder volgt een voorbeeld.

Een inputlist:

Nr. Instrument Microfoontype Randapparatuur
1. Kick 1 AKG D112 gate
2. Kick 2 AKG D112 gate
3. Snare Shure SM57 gate/reverb
4. Hihat Shure SM81 -
5. Tom 1 Shure SM57 gate
6. Tom 2 Shure SM57 gate
7. Floortom Shure SM57 gate
8. Overhead Shure SM81 -
9. Overhead Shure SM81 -
10. Bass D.I. compressor/limiter
11. Bass Mic Sennheiser MD421 compressor/limiter
12. Gitaar L1 Shure SM57 -
13. Gitaar L2 Shure SM57 -
14. Gitaar R Shure SM57 -
15. Ac. Gitaar D.I. reverb
16. Vocal L Shure SM58 reverb
17. Vocal Lead Shure SM58 reverb
18. Vocal R Shure SM58 reverb
19. Vocal drums Shure SM58 reverb, gate
20. Keyboard L D.I. -
21. Keyboard R D.I. -

Etc.

Houd je zo strak mogelijk aan deze volgorde. In deze lijst zie je ook microfoontypes, gates en compressors vermeld. Dit wordt meestal gevraagd door geluidsmensen van de band zelf. Regel daarbij is: Als je niet weet waar je het over hebt zet het dan niet op je lijst, want er wordt van je verwacht dat je het dan ook kunt bedienen. Vaak worden dit soort dingen ook al geregeld door de PA mensen. Je hoeft je daar dus niet druk over te maken. Zie ook de uitgebreide pagina over microfoons.


 Opbouw en Soundcheck

Als de PA technici klaar zijn met opbouwen en afstellen van de PA is het tijd voor de band om hun spullen uit te laden en op het podium te zetten. (Overleg bij aankomst met de stage-manager en de monitormixer wanneer het jouw beurt is om op te bouwen. Ook als het podium leeg is en alles lijkt klaar te staan, kan het zijn dat b.v. de monitormixer de installatie nog met equalizers moet aanpassen aan de podium akoestiek). Tijdens dat opzetten zetten technici de microfoons en D.I.'s klaar volgens het Stageplan en Inputlist en stellen de muzikanten hun apparatuur af.

Tip:

Als je klaar bent met opzetten en afstellen van je apparatuur, blijf dan niet op het podium lummelen, want je staat onherroepelijk in de weg. Geef technici de ruimte om hun werk te doen. Leg ook geen rommel op het podium zoals tassen, gitaarkoffers en andere spullen die er niet thuis horen. Niets is ergerlijker voor een technicus dan constant spullen aan de kant te moeten zetten die niets op het podium te zoeken hebben. Ook gitaren en bassen moet je niet tegen je versterker of tegen een drumraiser zetten. Houdt de weg vrij voor de kabels die geluidstechnici gaan leggen. (Meestal kun je je spullen wel achter het podium kwijt, of op een gereserveerde plaats op het podium. Overleg dit met de stagemanager of monitor mixer, maar zorg dat ze niet in de weg staan.)

 Soundcheck

Als alles opgebouwd is en alle microfoons en D.I.'s op het multiblok aangesloten zijn, volgt de soundcheck. Die gaat in twee ronden: individueel en gezamenlijk. Eerst worden alle instrumenten en zangmicrofoons afzonderlijk ingeregeld. Dit gebeurt altijd in de volgorde van de Inputlist. Eerst het drumstel. Dus eerst de kick(s), dan snare, hihatt etc. Als deze apart zijn afgeregeld dan kan de drummer (alleen) een ritme spelen en wordt het drumstel in balans gebracht. Daarna volgt de rest.

De technicus bepaalt het volumeniveau en de klankkleur. Hij vraagt of iedereen zichzelf en elkaar goed kan horen, of dat een instrument via de monitors extra versterkt moet worden. Daarna speelt de band enkele nummers gezamenlijk en schuift de technicus het totaalgeluid in balans.

Soundchecken vergt de nodige discipline. Tijdens het individuele gedeelte moet iedereen stil zijn behalve degene die op dat moment aan de beurt is. Ga niet door iemand anders z'n soundcheck heen zitten "pielen", dit is erg irritant voor de PA technici. Zij kunnen hierdoor vaak hun werk niet goed doen, omdat ze niet goed kunnen horen wat er gebeurt. Wacht dus tot het jouw beurt is.

Het is verstandig om een stukje a capella zang paraat te hebben voor het afstellen van de zangmicrofoons. Aan de kreet "one, two, testing" valt namelijk weinig te horen. Bij het afstellen van de monitors is het belangrijk dat je jezelf niet veel harder wil horen dan de anderen, want anders horen zij zichzelf niet meer. Tijdens het afstellen is het de bedoeling dat je op volle kracht speelt en niet een beetje lummelend. Een soundcheck is bedoeld om het geluid af te stellen, repeteren doe je in je oefenruimte. Voor andere mensen die op dat moment hun werk in het gebouw moeten doen is jouw soundcheck uitermate vervelend, maak hem daarom niet langer dan strikt noodzakelijk.

Op festivals en talentenjachten is er geen gelegenheid voor een soundcheck. Wel wordt er een korte linecheck van ongeveer 5 minuten gehouden. De geluidsmensen luisteren met een koptelefoon of de microfoons en D.I.'s bij hen op de mengtafel binnenkomen en of de volumes niet te veel afwijken van die van de vorige band. De monitormixer stelt de monitors zo veel mogelijk op de individuele wensen van de muzikanten in.

Tip:

In zo'n situatie is het extreem belangrijk dat een muzikant weet wat hij moet horen en dat hij dit duidelijk aangeeft aan de monitormixer, ga dus niet allemaal door elkaar schreeuwen en wees duidelijk. Ook tijdens de eerste nummers van een optreden kun je nog van alles aangeven. Zoek dan oogcontact met de monitormixer en wijs daarna op het instrument waar het om gaat en geef aan of het harder of zachter moet, door naar boven of naar beneden te wijzen. Lipleestechnieken behoren niet tot de basisopleiding van een geluidstechnicus.

Vaak staat er bij dergelijke gelegenheden een vaste backline, zodat een linecheck eenvoudig is. Aan de muzikanten is de taak om binnen 5 minuten hun effectapparaten, kabels, gitaren en keyboards neer te zetten en een lekker geluid te vinden.

 Volume

Het geluidsvolume is het resultaat van een kettingreactie. Op het podium is de drummer bepalend voor het volume, de rest speelt op instrumenten met een volumeknop en past zich aan hem aan. De PA technicus heeft op zijn beurt te maken met het volume van de band op het podium. Om met een PA het geluid in balans te krijgen moet hij meer volume produceren dan de backline. Om in de zaal een lekker geluid en een aanvaardbaar volume te hebben is het dus belangrijk om op het podium niet te hard te spelen. Dat gaat het beste als je tijdens de soundcheck eerst de backline, dan de monitors en daarna pas de PA afstelt.

 Monitors vanaf de zaalmixer

In kleinere zalen zul je vaker tegenkomen dat er geen aparte monitormixer is. Veelal wordt dit om financiële redenen gedaan of omdat er simpelweg geen plaats voor is. De zaalmixer moet in dat geval naast de mix voor de zaal, ook nog de mixen voor de monitors doen. Hierbij worden dan uitgangen, die normaal voor effecten bedoeld zijn (auxen), gebruikt om een of twee monitorgroepen aan te sturen.

Het spreekt vanzelf dat dit geen ideale situatie is. De zaalmixer staat aan de andere kant van de zaal en moet dus gokken hoe het geluid op het podium is. Daarbij is het zo dat als de zaalmixer de instelling van de toonregeling verandert, dit ook de klank van het betreffende instrument op de monitors beinvloedt. Hier zal hij rekening mee moeten houden bij het afstellen van de monitor-equalizers en bij de zaalmix tijdens het concert.

Meestal zullen er ook maar twee monitorgroepen beschikbaar zrjn. Een groep voor de hele voorkant van het podium, en een groep voor de drummer. Dat betekent dat er maar één monitor instelling mogelijk is voor iedereen aan de voorkant van het podium samen. Meestal zul je dan hoofdzakelijk de zang op de monitors zetten en daarnaast alleen datgene wat absoluut nodig is, rekening houdend met je collega-muzikanten. Een goede discipline en voorbereiding, en een goede samenwerking met de mixer is dan absolute noodzaak.

Wireless system

 In-ear monitors

Een vrij recent verschijnsel is de in-ear monitor. Dit is een op maat gegoten "gehoorapparaat" dat met name zangers/zangeressen gebruiken in plaats van een monitorbox. Het sluit het oor af voor omgevingsgeluiden en stelt dus zware eisen aan de monitormix. Vaak werken deze monitorsystemen draadloos, dus met een zend- en ontvangsysteem. Voordelen zijn: een lager geluidsvolume op het podium en op de oren en een mogelijkheid voor een persoonlijke mix. Nadelen: hoge prijs, lastigere communicatie op het podium, sterke afhankelijkheid van een perfecte monitormix. Lees er meer over: Inearmonitors


 Voorbereiding

Podiumgeluid: Veel problemen bij de eerste optredens komen voort uit het feit dat alles compleet "anders" klinkt dan in de oefenruimte. In de oefenruimte sta je vaak in een kleine mimte, met de versterkers naar elkaar toe en met een kleine zanginstallatie te spelen. Je bent ook gewend aan de akoestische situatie van die ruimte. Op een podium blijkt ineens alles "vreemd" te klinken, doordat de ruimte anders reageert (het geluid kan nu weg) en je meestal anders opgesteld staat (versterkers de zaal in gericht etc.). Elk podium is anders en het is dus moeilijk je daar direct op voor te bereiden. Het is wel erg belangrijk je dit tijdens je repetities te realiseren en daar als band over te praten. Het zou niet de eerste keer zijn dat een optreden verziekt wordt doordat gitarist 1 ineens de "weirde" solo's van gitarist 2 hoort en daar compleet de draad door kwijt raakt.

Zorg dat elk bandlid weet wat de anderen doen en vooral, wat hij of zij persé moet horen om goed te kunnen spelen. Daardoor kun je veel beter inspelen op de verschillende podiumsituaties. Ga in eerste instantie ervan uit dat je zo min mogelijk op de monitors vertrouwt. Hoe minder je erop laat zetten, des te duidelijker wordt het totaalbeeld.

Zorg allereerst voor een goede balans van volume op het podium, zet versterkers nooit te hard, het wordt dan erg moeilijk voor een zanger om boven de herrie uit te komen. Stel het zodanig af dat je zelf lekker kunt spelen, maar dat de anderen er geen last van hebben en zorg dat het geheel op zichzelf (dus zonder PA) al goed klinkt. Zet versterkers op een verhoging als je jezelf niet goed hoort (tafel, flightcase), kantel of draai je versterker naar het midden als de anderen je slecht horen. Je kunt beter de plaatsing veranderen om hoorbaar te zijn, dan steeds maar weer het volume omhoog te draaien! Dit geld nog veel sterker voor de monitors. Zoek de "sweet spot", waar je de monitor goed hoort, één stap opzij doet soms al wonderen!

Let ook op de opstelling op zich. Zorg dat je een logische plaatsing hebt van de backline. Als je b.v. met twee gitaristen in een band werkt, zet ze dan uit elkaar op het podium, niet naast elkaar, dit is beter voor de spreiding van het geluid.

Daarna kun je de instrumenten die je in het totaalbeeld mist op jouw monitorgroep laten zetten. Laat hierbij je oren beslissen (elk podium is tenslotte anders) en laat er geen instrumenten opzetten, die je niet nodig hebt. Denk ook na over de balans waarin je instrumenten wilt horen.

Op houten podia b.v. trilt de bas al heel hard door. Als een zaal betonnen muren heeft kan er al heel wat hoog terug ketsen. Probeer hier zo goed mogelijk op in te spelen in overleg met de podiummixer.

Hou wel in de gaten dat je niet zo zacht gaat spelen dat je je live-spirit verliest. Het moet natuurlijk wel "knallen".

Praat hier van te voren met de hele band over en probeer desnoods dingen in je repetitieruimte uit! (andere opstelling, volume-aanpassing etc.)


 Aardlussen, dimmers...

We spreken van een aardlus als een elektrische stroom via meerdere wegen naar aarde kan vloeien. Dat kan als je je gitaarversterker in een geaard stopcontact stopt en tevens via een snoer met afscherming (aarde) je versterker met de, eveneens al via het stopcontct geaarde, PA verbindt. Er ontstaat dan een grote "lus": de aarde van het lichtnet -> de aarde van de PA -> de aarde van je gitaarversterker -> de aarde van het lichtnet. Deze lus pikt storingen (vaak gebrom) op en die worden meeversterkt via PA en versterker. Door die lus ergens te onderbreken stopt het brommen. Doe dat bij voorkeur door een DI-box te gebruiken en hiervan de "ground lift" schakelaar te gebruiken. Een ander stopcontact kiezen kan ook helpen. In noodgeval kun je je versterker via een ongeaarde verdeeldoos aansluiten op het lichtnet. Voor de veiligheid is dit echter niet ideaal.

Je beperkt dit soort problemen tot een minimum door de PA, mixer en backline op het zelfde stopcontact (zelfde stroomkring) aan te sluiten. De aarding vormt zo een "ster" met een minimale kans op gebrom. Als je de lichtshow en de dimmers op een andere stroomkring aansluit dan het geluid, voorkom je ook dimmer-storing problemen (ratel). Met de dimmers op maximum (dus licht aan) storen ze minder. Laat in het uiterste geval de dimmers weg... Zie ook "Brom, ruis, kraak"

Actieve PA boxen


 Instrument afstelling

De afstelling van je instrument of versterker kan ook voor veel problemen zorgen. Thuis klinken dingen vaak echt anders dan op het podium.

Gitaarversterkers klinken thuis vaak vetter als je er veel bas- en hoge tonen ingooit en de middentonen eruit haalt. Op een podium is dit funest. Je gitaar klinkt al gauw als een stofzuiger. Dit komt omdat de meeste definitie van een gitaar juist in het middengebied te vinden is. Haal je dit weg, dan blijft een ongedefinieerde brij over.Zorg ervoor dat je "live" geluid altijd redelijk neutraal is.

Verder is ook de mate van distortion op een gitaarversterker belangrijk. Gebruik nooit te veel distortion, het klinkt daardoor vaak "minder vet". Vooral Marshalls hebben de eigenschap dat ze pas goed klinken als je ze een beetje op volume zet, dan gaan de speaker conussen werken en krijg je die zogenaamde "chunk". Met teveel bas gaat de box dan "boomen", met te veel hoog en/of distortion gaat hij "snerpen" of feedbacken.

Let ook op de onderlinge volumes van "patches" (effectgeluiden). Een sologeluid mag iets harder zijn dan een rhythmgeluid, maar doe dit niet te overdreven. "cleane" geluiden vooral zijn heel verraderlijk qua volume. Door hun sterke definitie lijken ze in de repetitieruimte zacht, maar "live" overstemmen ze alles. Geef je gitaargeluid ook niet te veel effecten. Zorg dat je de "roots" van het geluid niet verliest. Gebruik liever niet of nauwelijks galm of delay op je basisgeluid. Vaak heeft een zaal al galm van zichzelf en wordt je geluid erg onduidelijk.

Basversterkers kunnen veel hinder ondervinden van de constructie van een podium of een zaal. Houten podia of podia met vreemde hoeken erin hebben de neiging bepaalde gedeeltes van het basgeluid irritant hard te versterken. Dit kan ervoor zorgen dat je van de backline en de monitors nauwelijks meer iets kunt onderscheiden omdat ze helemaal weggeduwd worden door de bas. Vaak moet je heel rigoureus optreden om dit op te lossen. b.v. door de box van het podium los te maken (als het podium resoneert), of als je met twee boxen werkt, de onderste af te koppelen. Misschien moet je zelfs laag uit je versterker halen. Je kunt er in de meeste gevallen van uitgaan dat de zaalmixer vooral je D.I. geluid gebruikt, en van de microfoon vooral de "warmte" van de middentonen wil hebben. Het laag wat op een podium geproduceerd wordt is meestal niet bruikbaar. Maak je daar dus niet te veel zorgen om.

Keyboardspelers lopen vaak tegen een veelheid van problemen aan. Net zoals gitaristen hebben zij vaak de volumes van de verschillende geluiden niet "geleveld". Zorg ervoor dat ze qua volume met elkaar in overeenstemming zijn. Een mixer heeft geen tijd om zich continu op jouw volumeverschillen te richten en zal ook meestal te laat zijn met bijschuiven. Plotselinge loeiharde hammondorgels of strings kunnen een nummer behoorlijk verzieken. Zorg dat je altijd voldoende stroom en signaalkabels (ook van je synth naar de D.I.'s) bij je hebt. Dit is jouw verantwoordelijkheid en niet die van de PA. Als je "cinch", "tulp" of "mini-jack" aansluitingen hebt, zorg dan voor betrouwbare verloopjes naar jackpluggen. Cinch of Tulp is niet gangbaar in de PA wereld. Als je meerdere keyboards, soundmodules of samplers hebt, kan het handig zijn een klein submixertje aan te schaffen, waarop je dan zelf de verhoudingen van de verschillende geluidsbronnen kunt controleren. Het geeft je tevens de mogelijkheid om op de "ledbars" of "VU meters" in de gaten te houden wat je volumes zijn. Daarbij heb je dan ook maar twee DI's nodig. Ga er niet vanuit dat een PA technicus "wel genoeg" DI's heeft. Ook is het verstandig een versterker(tje) te hebben om als monitor op het podium te gebruiken. Zeker op podia waar de monitor capaciteiten beperkt zijn kan dit je redden. Als er maar 1 of 2 monitorvelden zijn, betekent het vaak dat iedereen gek wordt van de keyboards die over het hele podium denderen. Vooral als je achter in het podium en dus iets verder van de monitors afstaat en je jezelf toch wilt horen.

Blazers en andere akoestische instrumenten kunnen het beste versterkt worden met zogenaamde clip-on microfoons. Dit zijn kleine microfoons die op het instrument geklemd worden en daardoor een stabiele positie ten opzichte van het instrument hebben. Het heeft tevens als voordeel dat je vrij kunt bewegen omdat je er niet meer op hoeft te letten dat je in de microfoon speelt. Als je met een vaste microfoon speelt, zorg dan voor een constante afstand. Als je op een sax een lage toon speelt, houdt dan de beker wat verder van de microfoon.

Akoestische gitaren zijn vaak voorzien van piëzo-elementen of van een inbouw-microfoontje. Een piëzo is een contact microfoon die in de brug van de gitaar wordt gebouwd en op die manier de trillingen van de snaren in een signaal omzet Je kunt ze los krijgen en in je gitaar bouwen, maar je kunt ook een gitaar kopen die hier al mee uitgerust is zoals b.v. een Ovation. Clip-on microfoons en piëzo's kunnen heel feedback gevoelig zijn. Sluit het eerst eens op een versterker aan en probeer het uit voordat je er het podium mee opgaat.

Zangers en zangeressen kunnen heel veel baat hebben bij een beetje begrip van microfoon techniek. In het "rock-circuit" wordt meestal gebruik gemaakt van zogenaamde dynamische "close miking" microfoons (zoals een Shure SM58). Deze microfoons zijn ervoor ontwikkeld om geluiden dichtbij de microfoon beter te horen, en geluid vanaf een centimeter of 10, veel minder te horen. Op die manier heb je minder last van andere geluiden op het podium. Een overdreven microfoon techniek (bij harde uithalen de microfoon verder van je af houden, iets dat bij sommige "condensatormicrofoons" wel nodig is) kan er voor zorgen dat jouw uithalen raar ver weg gaan klinken. Houdt een microfoon altijd dicht bij je mond, en zing met voldoende volume, maar stop hem er niet in en begin te brullen.

Ook zangers kunnen PA's opblazen. Richt een microfoon nooit op de monitors. Dit kan hele agressieve feedbacks veroorzaken die de hoorns uit de monitors opblazen. Als je dit teveel doet zal een monitormixer je ook vaak een heel stuk zachter gaan zetten om zijn installatie tegen jou te beschermenen. Let er ook op hoe je je microfoon vasthoudt. Als je de kop van de microfoon met je hand omsluit zorg je ervoor dat z'n gevoeligheid veranderd wordt en kan hij nasaal gaan klinken en heel feedbackgevoelig worden! Als je besluit zelf een microfoon mee te nemen, overleg dit dan met een monitormixer. Hij heeft z'n systeem meestal afgeregeld op de zangmicrofoons die hij gebruikt. Heb jij een heel ander type dan kan dat heel onvoorspelbare resultaten hebben. Koop voor "live" gebruik ook niet persé een condensatormicrofoon. Alhoewel ze voor b.v. opnamen perfect kunnen zijn, zijn ze op een podium vaak minder bruikbaar, omdat ze extreem feedbackgevoelig kunnen zijn (ze zijn dan niet gebouwd voor "close-miking"), tenzij je een speciaal ervoor ontwikkeld type hebt. Zoek de plek op het podium waar je de monitor(s) het beste hoort, een stap opzij, naar voor of naar achter kan al veel uitmaken.

Drummers hebben over het algemeen nog de minste problemen. Voor hen is het belangrijk dat ze hun kit zodanig afstellen, dat hun ketels en pedalen niet te veel rare bijgeluiden maken. De enige problemen die hier kunnen opduiken zijn b.v. toms die een valse naklank hebben (meestal door verkeerd gestemde ondervellen), of "naflappen" door dode plekken in het bovenvel. Een misverstand dat bij drummers tamelijk wijd verbreid is, is dat zij bij het "tunen" van hun toms, ervan uit gaan dat, "hoe langer de tom zingt, des te beter is hij gestemd". In principe is dit ook waar. Alleen heeft het vaak tot resultaat dat die toms in het totaalbeeld van de mix enorm gaan storen omdat ze de hele mix dichtzoemen. Bij grotere PA's heeft de zaalmixer dan wel de beschikking over noisegates, maar die kunnen dit probleem ook niet oplossen, omdat die pas sluiten als het geluidsvolume onder een bepaalde in te stellen grens komt. Dit heeft tot resultaat dat de zaalmixer ertoe zal moeten overgaan de "gates" zodanig in te stellen dat alleen de "attack" door de gates komt en is al dat zorgvuldige "tunen" voor niets geweest. Zonder noise gates zal een mixer proberen dit probleem met toonregeling op te lossen, en haalt hij alle "volheid" uit het geluid. Let hier dus op.

Algemeen:

Bij een goede voorbereiding naar een optreden toe hoort ook dat je je spullen goed onderhoud dat je ze goed geordend verpakt en dat je rekening houdt met uitval. Zorg dus altijd voor:

  • Reservebatterijen, voor je stemapparaat en/of je effecten. Beter is natuurlijk alles met adapters te doen.
  • Ok adapters kunnen kapot, reserve adapters dus.
  • Gebruik alleen zgn. gestabiliseerde adapters. Je hebt al gauw de neiging om een huis tuin en keuken adapter te gebruiken omdat ze lekker goedkoop zijn, deze zijn echter niet gestabiliseerd en veroorzaken vaak een vette brom in je versterker of in de PA. In muziekzaken hebben ze goede adapters op voorraad (b.v. van lbanez v.a. +/- €15,=, Boss enz.).
  • Reservekabels en -snaren, -plectrums, -stokken, -rieten etc.
  • Een of twee langere kabels (voor als het podium wat groter uit blijkt te vallen)
  • Apparatuur met standaard aansluitingen, anders evt. verloopkabeltjes/verlooppluggen. Standaard zijn: 6 mm jack en XLR. Tulpplugjes, mini-jacks ed. zijn "not done" in de professionele PA-wereld want te kwetsbaar.
  • Voldoende stroom verlenging/verdeeldozen (zet er altijd je naam op en gebruik alleen geaarde stekkers met een Belgische aardpin mogelijkheid)
  • Bij hardnekkige aardlussen (bromproblemen) kan je versterker aansluiten op een ongeaarde(!) verdeeldoos soms de oplossing bieden. Het is echter NIET het toppunt van veiligheid...
  • Als je veel effecten hebt monteer ze dan op een plank en maak alle signaal en adapterverbindingen daar op vast. Het is echt onacceptabel om op je gemak op een podium gaan zitten knutselen en prutsen met krakende kabeltjes, stompboxjes (trapdoosjes) en kabelspaghetti.
  • Leg kabels zover mogelijk langs de zijkant van het podium (uit de loop) en tape ze zodanig vast dat je ze ook weer makkelijk weghaalt, zorg ook zelf voor tape of gaffa.
  • Stem van tevoren je instrumenten, dit kan echt niet tijdens een soundcheck.
  • Als je van plan bent om eens wild te keer te gaan en met microfoons en statieven te gaan gooien, neem dan zelf dat soort dingen mee, of verwacht een behoorlijke schadeclaim. Ook bij "grote" acts worden hier van te voren dingen voor geregeld.
  • Speel over een versterker die je kent, op een instrument dat je kent en op effecten die je kent en kunt bedienen. Ga niet iets lenen vlak voor een optreden, waardoor je op het podium voor verrassingen komt te staan.
  • Zorg er te allen tijde voor dat je je spullen goed geordend ingepakt hebt, zodat je in "no time" alles uitgepakt, opgezet en functioneel kunt hebben.


Tekst ©2002 Sander Sanders

 Woordenlijst

Zie ook de uitgebreide pagina's over microfoons.


 Verschillende soorten pluggen:
XLR pluggen Jack pluggen
XLR of Cannon-pluggen Jack pluggen
Speakon pluggen RCA Phono (tulp-) pluggen
Speakon pluggen RCA phono- cinch- of tulp-pluggen

Zie ook: kabels, pluggen

Donatie

Dit is een gratis site, die al sinds 2003 voortdurend wordt uitgebreid en geactualiseerd. Als jij ook wilt dat dat zo blijft, doe dan een donatie aan Popschool Maastricht >>

QR code https://www.popschoolmaastricht.nl:443/college_pa_techniek.php?menu=menuBands

Bijgewerkt op: 8 Februari, 2017